Uitkomsten Nationaal debat Natuurinclusief bouwen

Op 11 april 2019 kwamen ruim 120 deelnemers bijeen om te luisteren naar het Nationaal debat Natuurinclusief bouwen. Het doel: hoe komen we verder in natuurinclusief?

Foto: Martin Hols

“Ik zie veel deelnemers uit verschillende hoeken. Dat is goed, want we hebben iedereen nodig.” Met die openingswoorden stipte debatleider Jelle de Jong, algemeen directeur van IVN Natuureducatie, de kern aan van de discussie rond natuurinclusief bouwen. Die discussie werd gevoerd tijdens het Nationaal debat Natuurinclusief bouwen op 11 april bij Building Holland.

Nederland moet de komende jaren 75.000 woningen per jaar bouwen, maar ook moet de biodiversiteit versterken. Kan natuurinclusief bouwen deze opgaven combineren, gericht op een gezond en aantrekkelijk leefmilieu voor mens én natuur? Die vraag stond centraal tijdens het Nationaal debat, een initiatief van DuurzaamDoor in samenwerking met de partners van de participatietafel biodiversiteit (natuurinclusief bouwen).

De keuze om het debat tijdens Building Holland te houden, was een doordachte. Natuurinclusief bouwen leeft namelijk al langer onder ecologen, wetenschappers en (landschaps)ontwerpers, maar de politiek en de bouwsector bleven buiten de discussie. Tijd om ze te verbinden, dus.

Grote spelers
De debatleden bestonden uit Adnan Tekin, gedeputeerde Natuur van Noord-Holland, Harwil de Jonge, directeur van Heijmans Vastgoed, en Laurens Ivens, wethouder van Amsterdam. Het debat tussen deze drie werd op unieke wijze ingestoken, namelijk door het onderwerp in drie fases te behandelen: wat zegt je hart, wat is de (weerbarstige) werkelijkheid en wat is er nodig voor verandering?

Het gevolg was dat het gesprek niet alleen vanuit praktische overwegingen werd besproken, maar ook vanuit de mens. Dat was te merken. Elk debatlid gaf aan niet zonder natuur te kunnen, zoals Ivens: “Het wordt zo ontiegelijk gewaardeerd dat we groen in de stad hebben, zoals het park of de groenstrookjes. Dat merk ik ook. Als ik met mijn kind langs een groenstrook fiets, dan tellen we konijnen.” Ook Tekin herkent dat in zijn eigen omgeving: “Ik kom veel mensen tegen die de natuur geweldig vinden, maar een zetje nodig hebben om bijvoorbeeld als vrijwilliger aan de slag te gaan voor de natuur. Dat zetje geven wij graag vanuit de provincie.” Zo blijkt ook uit het programma Betrekken bij Groen.

Toch, aldus De Jonge: “We schetsen nu best een optimistisch beeld, maar het is nog steeds zo lastig om het te brengen van waar we nu staan naar waar we heen willen.” Tekin merkt dat vooral op het gebied van biodiversiteit: “Dat onderwerp wordt ondergewaardeerd. Daar komt misschien ook het pessimisme [op natuurinclusief bouwen, red] vandaan: we hebben het veel over de bouwopgave en energietransitie, maar weinig over biodiversiteit. De energietransitie is in vergelijkbare zaaltjes als deze begonnen, dus ga eerst met elkaar in gesprek. Later volgt wet- en regelgeving. Daarom blijf ik een rasoptimist.”

Foto: Martin Hols

Kennisdeling
Wat zijn dan de obstakels? Daar spelen diverse factoren in mee. “De druk is hoog op woningen, wat invloed heeft op de prijzen,” vertelt Ivens. “Bovendien is er ook een roep om omgevingen leefbaar te houden. Daarom is het vaak makkelijker om asfalt te beheren: een strak ontwerp en makkelijk schoon te houden. De verstedelijking zet door met het risico dat dat het belang van ecologie en biodiversiteit ondergeschikt of verloren raakt.”

Ook bewustwording speelt een rol, legt Tekin uit: “Er is nog een wereld te winnen onder opdrachtgevers die nog niet zo ver zijn, omdat we moeite hebben het belang van de natuur goed uit te leggen. Groen hoeft niet veel te kosten als je vanaf het begin van het proces al iedereen bij elkaar zet, onder wie ecologen. Dan doe je het slim met elkaar.” De Jonge heeft dat uit de eerste hand ervaren: “Ik durf wel te zeggen dat er weinig bouwbedrijven zijn die ecologen in dienst hebben [Heijmans zelf wel, red.] Als je met ecologen in gesprek gaat, ben je op een heel andere manier aan het ontwerpen en ontwikkelen.”

Wetgeving
De hamvraag werd gesteld door gespreksleider Jelle de Jong: “Zou het helpen om het onderwerp in regelgeving vast te leggen?” Daar zijn de meningen sterk over verdeeld. Ivens is van mening dat dit ‘sowieso gaat gebeuren’. “We moeten eerst met voorbeelden laten zien dat natuurinclusief bouwen kan en werkt. Als je dat echt wilt verankeren, moet het in de regels komen.”

Daarop brak Evert-Jan Roelofsen in, directeur van Wijkontwikkelingsmaatschappij Kerckebosch (het project Kerckebosch van de gemeente Zeist won later die middag de prijsvraag Bouwen + Biodiversiteit). “Van mij mag er wel wat minder regelgeving,” zei hij. “Leg het juist níet vast, dan kun je uitermate creatief zijn.” De Jonge was het daarmee eens en voegde toe: “Wij lopen vanuit beheer vaak tegen obstakels aan, bijvoorbeeld door plannen die tien jaar geleden besloten zijn. We zijn veel op onze eigen eilandjes aan het werk, in plaats van samen te werken.”

Dit is precies waar de Omgevingswet voor is bedacht, merkte een deelnemer uit het publiek op. “Wij merken in onze wijk dat iedereen uit elkaar barst van energie, maar door ingewikkeldheden komen we niet door de gemeente. De Omgevingswet biedt kansen omdat die ruimte creëert.” Een andere deelnemer was het daar faliekant mee oneens: “De Omgevingswet is veel te vrijblijvend. Die legt geen regels voor natuur en leefkwaliteit vast, dus een ontwikkelaar hoeft er niets mee te doen. Er zou juist méér rekening mee gehouden moeten worden vanuit de regels.”

Intrinsieke waarde
De vraag bleef: remmen regels de creativiteit, of geven ze juist richting? Of is het wellicht een kwestie van maatwerk, van vertrouwen? Ivens daarover: “De essentie zit hem erin om regels te omzeilen. We praten te veel over geld, maar we moeten het over vertrouwen hebben. Veel meer taken moeten door gemeenten uit handen gegeven worden aan bewoners, zoals moestuinen. Dat heeft besefwaarde en je creëert ontmoetingsplekken.”

Opmerkelijk is dat het thema biodiversiteit nauwelijks aan bod kwam. Dat benadrukte Donné Slangen, directeur Natuur en Biodiversiteit bij het ministerie van LNV, in zijn slotwoord: “Het gaat om de waarde die groen en blauw bieden. Heb het daarover, met politiek en met burgers. Laat je niet onder druk zetten door allerlei regels. En bedenk dat het een noodzaak is. Als we niet in staat zijn groen en blauw te integreren, ga je enorm veel ellende in de stad krijgen.”

Slangen wist de discussie over regels ook te sussen: “Als je bestuurt op normen en regels, ben je geen bestuurder. Dan ben je gewoon technocratisch uitvoerder. Als je de regels weghaalt, kun je met burgers praten en kijk je samen naar wat er moet gebeuren. Ik merk bijna iedere dag aan den lijve dat een regel die vorig jaar goed was, vandaag de dag niet meer werkt.”

Terugkomend op die waarde; waar doen we het voor? Dát is de vraag, vindt Slangen. “Het eerste doel is niet de natuur. Die is er al. We doen het voor onszelf. We waarderen het, vinden het mooi, worden er vrolijk van, het geeft rust en ontspanning. Groen heeft een intrinsieke waarde voor je stad.”

Foto: Martin Hols